top of page
Search

Op Moederdag verloor ik opnieuw de moeder die ik nooit echt heb gehad

Toen ik klein was, schreef mijn moeder in mijn Poëzie album een gedicht voor mij.


Lieve Jasmijn, doe als kind je kleine plichten.

Wees gehoorzaam, lief en goed.

Wees geduldig en tevreden.

Altijd blij en welgemoed.

Want bedenk: je bent nu nog klein.

Maar eens zul je groter zijn.

Wie als kind zijn plicht niet doet, doet het later ook niet goed.


Ik heb dat gedicht altijd bewaard. Misschien omdat het van mijn moeder kwam. Misschien omdat het iets was wat van haar bleef, ook in de jaren dat er zoveel afstand tussen ons was. Maar vandaag, op Moederdag, begrijp ik pas echt hoe treffend dat gedicht eigenlijk is geweest voor onze relatie.


Niet omdat het liefde uitdrukt. Maar omdat het precies blootlegt wat er altijd van mij verwacht werd. Gehoorzaamheid en onderwerping. Lief en meegaand zijn. Goed zijn. Geduldig zijn. Tevreden zijn. Blij zijn.


Maar vooral: een relatie gebaseerd op voorwaardelijke liefde. Geen last zijn. Geen grenzen stellen. Niet te veel ruimte innemen. Geen andere mening hebben. Niet in haar schijnwerpers staan.


En misschien nog wel het meest pijnlijke: altijd het gevoel houden dat ik iets moest doen om liefde waard te zijn.


Vandaag ging ik bij haar langs met een bloemetje voor Moederdag.

Ondanks alles.


Ondanks de jaren waarin we geen contact hadden. Ondanks alle manipulatie. Ondanks de pijn die zij mij heeft gedaan. Ondanks al mijn pogingen om afstand te houden, mezelf (en mijn kinderen) te beschermen en tegelijkertijd toch nog iets van een relatie met haar te behouden.


Omdat ze mijn moeder is.


Omdat een deel van mij, blijkbaar nog steeds, bleef hopen dat er iets zou kunnen veranderen.

Dat we misschien ooit op een volwassen manier naar elkaar zouden kunnen kijken. Dat er misschien ruimte zou komen voor eerlijkheid. Voor wederzijds begrip. Voor respect.


Maar haar gezicht stond al op onweer toen ik binnenkwam.

Ik kreeg meteen de volle laag.


Dat ze boos was. Dat mijn kinderen niet mee waren. Dat ze hen nooit ziet. Dat ze het zat was.

Ik heb geprobeerd uit te leggen wat ik al zo vaak heb uitgelegd: dat mijn kinderen zelf geen contact met haar willen. Dat dat hún keuze is. Dat ze haar gedrag feilloos aanvoelen. Dat ik daar niets aan ga forceren.


Ik stelde zelfs voor om samen een open gesprek te voeren.

Maar dat wilde ze niet.

Want uiteindelijk kwam het neer op één simpele boodschap:


“Ik ben nu eenmaal zo. En iedereen moet mij maar accepteren.”


Toen ik zei: “Dat is prima. Maar dit is dan de uitkomst.”

Antwoordde ze letterlijk dat ze tot op de dag van vandaag geen respect heeft voor mijn grenzen.

Omdat ze nu eenmaal zo is.

Omdat ze haar zin niet krijgt met mijn kinderen zegde ze bij deze de relatie met mij ook op.


Mijn eigen moeder. Dat zijn woorden die je als kind misschien altijd vreest, zelfs als je volwassen bent. Woorden waarvan je denkt dat ze misschien ooit zullen komen, maar waarvan je toch hoopt dat ze nooit echt uitgesproken worden.


En toch gebeurde het.

Vandaag. Op Moederdag.


Wat zo pijn doet, is niet alleen dat ze dit zegt.

Wat pijn doet, is dat ik ondanks alles ben blijven proberen.

Dat ik haar niet volledig heb losgelaten.

Dat ik er was toen zij ziek was. Of problemen had. Dat ik naar het ziekenhuis reed. Dat ik spullen bracht. Dat ik de hele begrafenis van mijn stiefvader heb geregeld. Dat ik haar heb geholpen, ook toen mijn eigen gezin allang had gezegd: Waarom doe je dit nog?


Ik deed het omdat ze mijn moeder is.

Niet omdat het makkelijk was. Niet omdat onze relatie goed was. Maar omdat ik, tegen beter weten in, altijd ben blijven zoeken naar een manier waarop het misschien nog een beetje goed kon zijn.


En nu blijkt dat zelfs dat niet genoeg was.

Dat doet pijn.


Niet omdat ik denk dat ik tekortgeschoten ben. Maar omdat ik opnieuw moet erkennen dat het waarschijnlijk nooit genoeg zou zijn geweest. Niet zolang ik grenzen heb. Niet zolang ik mijn kinderen bescherm. Niet zolang ik niet bereid ben mezelf klein te maken om haar tevreden te houden.


En misschien is dat mijn diepste strijd.

Dat ik mijn hele leven zo hard mijn best heb gedaan om niet te worden zoals zij.

Om de dysfunctionele patronen die generatie op generatie worden overgedragen te doorbreken.

Om mijn kinderen nooit te laten voelen wat ik heb gevoeld. Om niet met schuld, manipulatie of emotionele druk lief te hebben. Om hen vrijheid te geven. Veiligheid. Respect.

Om niet jaloers te zijn. Niet controlerend. Niet voorwaardelijk.


Soms maakt dat me moe.

Omdat ik zo alert moet zijn op wat ik níet wil doorgeven.

Omdat ik altijd bewust wil kiezen voor zachtheid waar ik hardheid en onverschilligheid heb gekend.


Maar vandaag, ondanks alles, weet ik ook iets zeker.

Ik ben niet zoals zij.

Want zelfs nu doet dit me pijn.


Zelfs nu vraag ik me af: Welke moeder doet dit?

En misschien is dat precies het antwoord.


Een moeder die niet kan zien wat ze kapotmaakt.

Een moeder die liefde verwart met gehoorzaamheid.

Een moeder die grenzen ervaart als afwijzing.

Een moeder die liever de relatie verbreekt dan zichzelf onderzoekt.


Dat is niet mijn schuld. Dat is haar beperking.

Maar het blijft mijn verdriet.


Vandaag rouw ik niet alleen om mijn moeder. Ik rouw om wat we nooit hebben gehad. Om wat er nooit zal zijn. Om de hoop die ik, ondanks alles, nog steeds ergens met me meedroeg.


En misschien is dat vandaag ook het einde daarvan.

Misschien mag ik eindelijk stoppen met proberen.

Misschien mag ik accepteren dat ik haar niet kan redden van zichzelf.

Dat ik haar niet kan veranderen.

Dat ik alleen mezelf nog hoef te beschermen.

En misschien mag ik dat kleine meisje, dat ooit werd opgelegd dat ze gehoorzaam, lief en goed moest zijn om liefde te verdienen, eindelijk iets anders vertellen:


Lieve Jasmijn,

Je hebt je plicht allang gedaan.

Je hoeft niets meer te bewijzen.

Je bent goed zoals je bent.

Ook als je grenzen stelt.

Ook als je afstand neemt.

Ook als je haar moet loslaten...


Mam, het ga je goed. Ik heb mijn best gedaan. Ik laat je los.

 
 
 

Comments


bottom of page